Copy
View this email in your browser
Handleiding WerkWoordWijzer
 
Voor je ligt de WerkWoordWijzer, een beeldend leermiddel dat leerlingen stap-voor-stap helpt bij werkwoordspelling.

Om een werkwoord goed te kunnen spellen, is het van belang dat een leerling in een zin de persoonsvorm en het onderwerp kan vinden. Op de achterkant van de WerkWoordWijzer tref je tips aan om daarmee aan de slag te gaan.

Tip 1: Start altijd met het zoeken van de persoonsvorm! De meest voorkomende manier is de zin vragend maken. Soms staat de zin al in een vragende vorm. Maar let op: soms staat er dan een ‘pestwoord’ vooraan, bijvoorbeeld: waarom doet de man dat? Meer pestwoorden zijn wie, wat, waar, wanneer, welke en hoe.

Een persoonsvorm nooit een persoon? 

Het is belangrijk om bij leerlingen te benadrukken dat de persoonsvorm NOOIT een persoon is, maar een doewoord/werkwoord.
 
Tip 2: laat de leerling de persoonsvorm altijd met een gekleurde pen/stift onderstrepen. Gebruik consequent dezelfde kleur. Je kan bijvoorbeeld een golvende lijn gebruiken, omdat er in de persoonsvorm altijd ‘actie’ verstopt zit.
 
Als de persoonsvorm bekend is, ga dan op zoek naar het onderwerp, met de vraag ‘wie/wat +pv?’ Ook het onderwerp wordt onderstreept met een andere kleur. Als de leerling weet wat het onderwerp is, laat er dan bij schrijven of het om 1 of om meer mensen gaat.  Laat er ook een 1 of een 2 bij schrijven. Deze 1 of 2 komt later weer van pas.

Als je dit met een aantal zinnen onder elkaar doet, zie je een patroon ontstaan. Bijna altijd staan de persoonsvorm en het onderwerp naast elkaar, zowel in een niet-vragende als in een vragende zin. Waarbij in een niet-vragende zin het onderwerp als eerste staat, bijvoorbeeld: De man loopt op straat.
 
Tip 3: Wijs de leerling ook op het patroon! Zet een groot roze hart om de onderstreepte persoonsvorm en onderwerp en bedenk er een verhaaltje bij: bijvoorbeeld twee verliefde mensen die samen op een bankje willen zitten. Teken dit bankje er ook onder of nog beter, laat dit door de leerling tekenen. 

Gebeurt het Nu of is het al gebeurd?
 
Als leerlingen zelfstandig de persoonsvorm en het onderwerp kunnen vinden, is de werkwoordspelling nog een kwestie van het beslisdiagram volgen. Daarbij is van belang dat een leerling kan aangeven of de zin in de Tegenwoordige Tijd (TT) staat of in de Verleden Tijd (VT).
Om deze begrippen concreet te maken, hebben we de TT afgedrukt op een achtergrond van wolkenkrabbers; de verleden tijd op een achtergrond van een middeleeuws kasteel. Als de leerling nu het schema volgt, komt hij vanzelf uit op de goede spelling.
 
Bijzonderheden
  • er is bewust gekozen in de VT voor zowel ’t SeXyFoKSCHaaP als ’t KoFSCHiPTaXi omdat dit de meest gebruikte ezelsbruggetjes zijn;
     
  • het is belangrijk te benadrukken dat als je de –en van het hele werkwoord afhaalt, de laatste letter blijft staan, ook al ziet dat er gek uit. Bijvoorbeeld bij soezen; dit wordt soez. Je kijkt dus of de letter z (en niet de s) in dit geval in een van de 2 ezelsbruggetjes zit;
     
  • voor werkwoorden waarbij de klank verandert, is geen regel beschikbaar. Dit zijn werkwoorden die je moet ‘weten’;
     
  • om te weten of het werkwoord in het enkelvoud of meervoud staat, hoeft een leerling alleen te kijken naar zijn 1 of 2 bij het onderwerp.
 
Het voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord en
het onvoltooid deelwoord

 
Het voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord (de geplaatste bal) en het onvoltooid deelwoord (lachend) worden in dit stappenschema niet apart genoemd. Een bewuste keuze, zodat het schema zo overzichtelijk mogelijk blijft.
 
Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord gebruikt
 
Dit bijzondere voltooid deelwoord valt onder de categorie voltooid deelwoord/keuze ja: 
In dit geval hoeft langer maken niet meer, maar is het wel belangrijk als leerkracht/begeleider aan te geven dat je dit voltooid deelwoord zo kort mogelijk schrijft.

Bijvoorbeeld het gestrande schip of de vergrote foto. 
 
Het onvoltooid deelwoord
 
Het onvoltooid deelwoord duidt een handeling aan die nog bezig is.
Bijvoorbeeld: Lopend bereikte hij de auto.
Dit onvoltooid deelwoord past in het onderstaande vak onder de keuze ‘nee’.
  
Om te weten hoe je dit schrijft, leren de leerlingen in het basisonderwijs de volgende regel:
 
Onvoltooid deelwoord:
hele werkwoord+d.
 
Ook al vormen deze 2 werkwoordsvormen niet de hoofdmoot van de werkwoordspelling, het is uiteraard belangrijk dat de leerlingen deze categorieën ook foutloos kunnen schrijven.
 
Heel veel leerplezier en succes! Het gaat je zeker lukken.
 
Starten maar!

Milenka Brouwer en Jolanda Nieveld
Beeldenderwijs



 
WerkwoordWijzer: een beeldende introductie

 


 
Direct leerhulpmiddelen bestellen
Copyright © 2019 Beeldenderwijs, All rights reserved.


Want to change how you receive these emails?
You can update your preferences or unsubscribe from this list

Email Marketing Powered by Mailchimp