Copy
Resultaten eerste telperiode | Spreeuwen
View this email in your browser




Nieuwsbrief Meetnet Urbane Soorten (MUS)

8 mei 2020
Beste MUS-(mede)teller,
 
De eerste telperiode zit erop. Het weer was bijzonder gunstig in het veertiende jaar van MUS. April was zonnig en zacht, maar ook heel droog. Daarnaast heeft corona natuurlijk invloed gehad op de deelname. In deze nieuwsbrief vind je de eerste voorlopige resultaten, met speciale aandacht voor de Spreeuw.

Deelname

Het weer kon voor de deelname aan MUS dit jaar geen spelbreker zijn. In De Bilt viel slechts 13 mm neerslag in april, hoofdzakelijk in de laatste drie dagen (KNMI). Mede door de coronacrisis, waardoor veel mensen aan huis gebonden waren, was er in de recente weken veel belangstelling voor MUS. We zagen ook een flinke toename van geclaimde postcodegebieden.

De door de overheid aanbevolen coronamaatregelen lijken voorlopig geen obstakel om vogels te gaan tellen. Op 1 mei waren maar liefst 731 tellingen ingevoerd; een fantastisch resultaat! Vorig jaar op dezelfde dag stond de teller op 482, dus een flinke toename (52%). Deels komt dit doordat meer waarnemers via de app Avimap invoeren en resultaten sneller beschikbaar zijn.

Is er dit jaar op andere dagen geteld dan in andere jaren? Door de aanbevolen maatregelen werken immers veel mensen thuis en is het rustiger op straat, ook door de week. Toch is het beeld qua tellingen niet echt veranderd. Vorig jaar in april is 70% van de tellingen gedaan in het weekend, of op een feestdag. Dit jaar is dat 66%. Een duidelijke verschuiving naar doordeweeks tellen is dus niet de reden geweest voor de toename in het aantal tellingen.

Resultaten

In totaal zijn 150.240 vogels doorgegeven van 159 soorten. De top vijf bestaat uit Houtduif, Kauw, Koolmees, Merel en Huismus. Facultatief zijn ruim 920 zoogdieren ingevoerd, ze betreffen elf soorten met Kat, Konijn, Haas en Eekhoorn als algemeenste.


Figuur 1. Aantalsontwikkeling (index) van een aantal soorten in MUS.

Recent zijn de nieuwe trends berekend t/m 2019 (figuur 1). Gewoontegetrouw laat ik weer het gemiddelde aantal van vorig jaar en dit jaar zien van een aantal soorten (tabel 1). Verschillende soorten staan extra in de belangstelling dit jaar. De soort van het jaar, de Wilde Eend, gaat al een tijdje achteruit en voorlopig lijkt daar dit jaar geen verandering in te komen. Interesse gaat ook uit naar de grote meeuwen, hoe doen die het in de stad nu er minder mensen op straat zijn, en misschien minder voedsel voor het oprapen ligt? De Kleine Mantelmeeuw is in gangbare aantallen gezien en de Zilvermeeuw in lagere. De eerste soort neemt al jaren toe terwijl de laatste juist afneemt. We kijken uit naar de resultaten van de tweede telling.

Tabel 1. Voorlopig gemiddeld aantal per soort per postcodegebied bij de eerste telling in 2019 en 2020. Groen toename, en rood afname van 10% of meer.|



Ook de Stadsduif is deels afhankelijk van voedsel dat door mensen wordt aangeboden of op straat terechtkomt. Al jaren zien we een lichte afname. Dit jaar vormt daarop geen uitzondering. Standvogels als Turkse Tortel, Grote Bonte Specht, Winterkoning en Merel hadden geen last van een koude winter. Toch constateren de tellers een lichte afname bij de laatste twee; bij de Merel kan dat nog een effect van Usutu zijn, dat vooral in de oostelijke en zuidelijke provincies er flink heeft ingehakt.

Opvallend zijn ook de duidelijk lagere aantallen van de Zwartkop, iets dat in bijvoorbeeld LiveAtlas en de Jaarrond Tuintelling niet naar voren komt. Het maakt nieuwsgierig naar de resultaten van BMP-tellingen. De Pimpelmees staat in de belangstelling omdat er opvallend veel dode en zieke vogels gemeld worden. Het gaat waarschijnlijk om een bacteriële infectie. Voorlopig zijn de aantallen gemeld door MUS-tellers hoger dan vorig jaar. Ook Huismus en Spreeuw kwamen in april goed voor de dag.

Spreeuw

Ongeveer 20% van de populatie van deze meesterimitator broedt in urbaan gebied. Heel veel geluiden staan op het repertoire zoals een kakelende kip, Grutto, Wielewaal maar ook ringtones. De aantallen nemen af in steden en dorpen, maar ook daarbuiten (landelijk 60% in de afgelopen 30 jaar). Naast een nestplek is de afstand tot de foerageerplekken (grasland) een beperkende factor. Deze voedselplek moet binnen 500 meter van het nest liggen, anders lonen de pendelvluchten niet. In MUS zien we daarom ook dat de afname groter is in steden dan in dorpen, en in het laatste geval op de hoge gronden harder dan in de lage delen (figuur 2).   

De broedresultaten van de Spreeuw zijn niet veranderd in de afgelopen decennia. De oorzaak van de afname ligt waarschijnlijk grotendeels in de periode kort nadat de jongen zijn uitgevlogen; jonge vogels moeten na het uitvliegen zelf hun voedsel bij elkaar scharrelen. Waarschijnlijk zijn de omstandigheden om te foerageren minder gunstig door droogte (bodeminsecten minder beschikbaar), intensivering van de landbouw en toename van predatoren.


Figuur 2. Aantalsontwikkeling (index) van de Spreeuw in MUS. Onderverdeeld in dorp en stad in Laag- en Hoog-Nederland.

Voor in je agenda: nog twee telrondes in 2020


Ochtendronde 2: periode 15 mei - 15 juni 
(start telling: 05:15 – 04:48, telpunten in omgekeerde volgorde tellen, eerste weekend 16/17 mei)

Avondronde 3: periode 15 juni - 15 juli

De ochtendrondes starten een half uur voor zonsopkomst, en eindigen tot maximaal twee uur erna. Doe de avondronde vanaf 19.00 uur (bij voorkeur later beginnen) tot zonsondergang.

Tweede telperiode 15 mei - 15 juni

Net als de eerste telling is de tweede een vroege ochtendtelling. De start is een half uur voor zonsopkomst. Je begint nu bij het laatst getelde punt van de eerste telling. Dus ging je bij de eerste telling van telpunt 1 naar 12, dan ga je nu van 12 naar 1. Hierdoor kun je op alle punten de vroeg én laat zingende soorten waarnemen.

Veel plezier tijdens de volgende telperiode en laat me weten wat je boeit.
Jan Schoppers
Het nationale stadsvogelmeetnet MUS is in 2007 opgezet door Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland om de aantalsontwikkeling en verspreiding van (algemene) broedvogels in bebouwde gebieden goed in beeld te brengen: stad, dorp, buurtschap, industrie, sportvelden, parken etc. Vanaf 2014 maakt MUS deel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring en wordt het gefinancierd door het Ministerie van LNV. De resultaten vormen ook een indicator voor de milieukwaliteit van onze directe woonomgeving.

Copyright © 2020 Sovon Vogelonderzoek Nederland, Alle rechten voorbehouden.


Wil je deze e-mails niet langer ontvangen? Meld je dan hier af van onze mailinglijst.

Kreeg je deze mail doorgestuurd van een vriend en wil je de nieuwsbrief vaker ontvangen? Meld je dan hier aan voor de verzendlijst.

Email Marketing Powered by Mailchimp