Copy
Derde telperiode is begonnen | Huismus
View this email in your browser




Nieuwsbrief Meetnet Urbane Soorten (MUS)

16 juni 2020
Beste MUS-(mede)teller,

De tweede telperiode (15 mei – 15 juni) ligt al weer achter ons, de tijd vliegt. In mei was het droog en zeer zonnig en vanaf begin juni is er wat neerslag gevallen. Op dit moment zijn al bijna 650 tellingen van de tweede telperiode doorgegeven, wat een mooie score is (vorig jaar rond deze tijd waren het er 600). De voorlopige resultaten worden hieronder gepresenteerd, met aandacht voor de Huismus.

Derde telperiode 15 juni tot 15 juli


De laatste telperiode is de avondtelling. Je kunt vanaf 19 uur beginnen en uiterlijk om 22 uur stoppen met de telling. Ook bij deze telling worden alle soorten geteld.

Speciale aandacht hebben de Gierzwaluw, Huis- en Boerenzwaluw en Boomvalk. Bij de Gierzwaluw tel je zowel de hoog- als de laagvliegende vogels. Zie je een hoogvliegende groep op meerdere punten, geef die dan alleen door op het dichtbijgelegen telpunt.

Resultaten

Half juni zijn er bijna 650 tellingen doorgegeven. Dat ligt hoger dan vorig jaar rond deze tijd (ruim 600). Meer tellers maken gebruik van de app, maar gezien de gestegen aanmeldingen ga ik er van uit dat er nog flink wat tellingen bijkomen. Er zijn 143.725 vogels van 151 soorten en 1.335 zoogdieren van 13 soorten ingevoerd.

Tabel 1. Voorlopig gemiddeld aantal per soort per postcodegebied bij de eerste en tweede telling in 2019 en 2020. Groen toename en rood afname van 10% of meer.



In tabel 1 is een vergelijking gemaakt van de gemiddelde aantallen per postcodegebied per ronde in 2019 en 2020. Fuut en Knobbelzwaan zijn in iets lagere aantallen gezien. Wellicht heeft de Fuut lokaal problemen met de lage waterstand. De Knobbelzwaan wordt in het buitengebied niet met open armen ontvangen. Wellicht is dat in dorpen en steden nu ook het geval. Nesten kunnen dan verstoord worden, maar predatie van eieren (bijvoorbeeld door de Vos) kan ook gebeuren. De Grauwe Gans is in vergelijkbare aantallen gezien, maar de Krakeend neemt nog steeds toe. In de eerste en tweede telperiode wordt respectievelijk bij elke 8 tot 16 Wilde Eenden één Krakeend gezien.

In de vorige nieuwsbrief leek het erop dat de grote meeuwen niet zoveel last hadden van de coronamaatregelen. In de tweede telperiode zijn zowel Zilvermeeuw als Kleine Mantelmeeuw in lagere aantallen geteld. Ook de Stadsduif is in de laatste ronde minder waargenomen. Zilvermeeuw en Stadsduif nemen al langer af, dus het hoeft niet het gevolg te zijn van de maatregelen. Wel opvallend zijn de lagere aantallen van de Halsbandparkiet. Wellicht dat de soort na jaren van toename stabiliseert?

In de rechterkolom staan vooral soorten die stabiel zijn, of een lichte toename weergeven. Een gevarieerd gezelschap van soorten die veelal foerageren op de grond, maar ook in struiken en in bomen. Deze soorten hebben het moeilijk door afname van het aantal struiken en de lange periode van droogte. De Merel heeft daarnaast ook te maken met usutu in de afgelopen jaren. Het is dan ook verheugend dat er geen verdere afname lijkt opgetreden. Tot slot is het opvallend dat zowel bij de Spreeuw als Huismus duidelijke hogere aantallen zijn doorgegeven dit jaar.

Huismus

Maar liefst 70 procent van de populatie van de Huismus broedt in urbaan gebied. De trend van de Huismus is al een aantal jaren licht afnemend. Maar deze werd vorig jaar onderbroken. Het was toen de vraag of dit tijdelijk was of dat er een positief vervolg op komt. Dat laatste lijkt nu het geval. Zowel in de eerste telperiode, als in de tweede zijn er duidelijk hogere aantallen waargenomen. Het is voorlopig speculeren naar de oorzaak.


Figuur 1. Aantalsontwikkeling (index) van de Huismus in MUS. Hoog is zandgrond en laag klei/veen, tevens resp. boven en onder NAP.  

MUS-tellers in het nieuws

In de laatste Sovon-Nieuwsbrief die maandelijks verschijnt, is MUS-teller vanaf het eerste uur Henny Kloosterboer aan het woord. 
Ook in de komende nieuwsbrief staat weer een MUS-teller in de kijker. Als je die nog niet ontvangt kun je je aanmelden als je bent ingelogd op onze website. Uit Den Haag kwam ook een leuk bericht over stadse vogels en MUS.
Veel plezier tijdens de tellingen en laat me weten wat je boeit.
Jan Schoppers
Het nationale stadsvogelmeetnet MUS is in 2007 opgezet door Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland om de aantalsontwikkeling en verspreiding van (algemene) broedvogels in bebouwde gebieden goed in beeld te brengen: stad, dorp, buurtschap, industrie, sportvelden, parken etc. Vanaf 2014 maakt MUS deel uit van het Netwerk Ecologische Monitoring en wordt het gefinancierd door het Ministerie van LNV. De resultaten vormen ook een indicator voor de milieukwaliteit van onze directe woonomgeving.

Copyright © 2020 Sovon Vogelonderzoek Nederland, Alle rechten voorbehouden.


Wil je deze e-mails niet langer ontvangen? Meld je dan hier af van onze mailinglijst.

Kreeg je deze mail doorgestuurd van een vriend en wil je de nieuwsbrief vaker ontvangen? Meld je dan hier aan voor de verzendlijst.

Email Marketing Powered by Mailchimp