Copy

Themabrief passend onderwijs: het ontwikkelingsperspectief

Het ontwikkelingsperspectief

Deze themabrief gaat over het ontwikkelingsperspectief (opp) en over geschillen over het opp. Het opstellen van een ontwikkelingsperspectief voor leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs is verplicht sinds 1 augustus 2013. Voor het speciaal basisonderwijs en voor leerlingen met extra ondersteuning in het regulier onderwijs geldt de verplichting per 1 augustus 2014.

De wetgeving over het opp gaat veranderen. Op 11 april 2016 werd een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend om te regelen dat er met ouders overeenstemming moet zijn over het handelings­deel van het opp voor het kan worden vastgesteld.

Deze Themabrief geeft de wettelijke bepalingen over het ontwikkelingsperspectief weer en beschrijft de achtergrond bij het recent ingediende wetsvoorstel. Tot slot gaat de Themabrief in op de procedure en jurisprudentie van de Geschillencommissie passend onderwijs over het ontwikkelingsperspectief.

Downloaden
Themabrief als pdf (uitgebreide tekst met bronverwijzingen)

Inschrijven Themabrief passend onderwijs
Nog niet ingeschreven op de Themabrief? Ga naar: Inschrijven Themabrief passend onderwijs



 

Voor welke leerlingen wordt een opp vastgesteld?

Het bevoegd gezag (schoolbestuur) stelt een ontwikkelingsperspectief vast voor:
  • leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (po en vo), die extra ondersteuning nodig hebben; 
  • leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs (sbo); 
  • leerlingen in het praktijkonderwijs (pro); 
  • leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so).
Wat onder extra ondersteuning valt en wat onder de basisondersteuning verschilt per samenwerkingsverband (swv). Dit staat beschreven in het ondersteuningsplan van het swv en in de schoolondersteuningsprofielen van de scholen die bij het swv zijn aangesloten.  

Er is in beginsel geen ontwikkelingsperspectief nodig voor leerlingen in het regulier onderwijs, die ondersteuning nodig hebben, die valt onder de basisondersteuning. Onder de basisondersteuning vallen voorzieningen voor leerlingen met dyslexie, dyscalculie en hoogbegaafde leerlingen. Voor deze leerlingen is dus geen ontwikkelingsperspectief nodig, tenzij zij ook nog extra ondersteuning krijgen.

Doelen van het ontwikkelingsperspectief

Het ontwikkelingsperspectief vervangt het eerder verplichte handelingsplan als wettelijk voorgeschreven instrument. In de toelichting bij de wetgeving worden verschillende doelen van het ontwikkelingsperspectief genoemd, onder andere:
  • het biedt de school handvatten om het onderwijs af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van de leerling;
  • het maakt planmatig handelen mogelijk: jaarlijks wordt het ontwikkelingsperspectief geëvalueerd en eventueel bijgesteld als de ontwikkeling van de leerling daartoe aanleiding geeft;
  • het is een instrument voor de communicatie met ouders.

Ontwikkelingsperspectief versus handelingsplan


In de Memorie van Toelichting bij de Wet kwaliteit (v)so wordt het verschil tussen opp en handelingsplan als volgt verwoord:
“Het ontwikkelingsperspectief biedt inzicht in wat de school op langere termijn verwacht dat het onderwijs aan de leerling zal opleveren, in termen van ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling en van het niveau waarop de leerling uiteindelijk zal uitstromen. Hierin wijkt het ontwikkelingsperspectief af van het handelingsplan, dat doelen stelt voor maximaal een schooljaar. Het ontwikkelingsperspectief vormt om deze reden ook een instrument voor communicatie met ouders. De school kan met het ontwikkelingsperspectief tijdig duidelijk maken wat een realistisch perspectief is voor hun kind”.
Kamerstukken II 2010/11, 32 812 , nr. 3, p. 6.
Wanneer wordt het ontwikkelingsperspectief vastgesteld?

Op overeenstemming gericht overleg

Het ontwikkelingsperspectief wordt binnen zes weken na de inschrijving of na definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld, maar pas nadat op overeenstemming gericht overleg met de ouders heeft plaatsgevonden.
Het schoolbestuur stelt ook een opp vast als blijkt dat een leerling die al op school zit, extra ondersteuning nodig heeft. Ook in dat geval moet voor vaststelling van het opp met de ouders op overeenstemming gericht overleg zijn gevoerd.

Voor het (v)so geldt nog een aantal aanvullende bepalingen. In het (v)so brengt de commissie voor de begeleiding (cluster 3 en 4) of de commissie van onderzoek (cluster 1 en 2) advies uit voor het opp wordt vastgesteld. Verder wordt in het vso ook de leerling betrokken bij de vaststelling van het opp, als deze leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is.
Inhoud van het ontwikkelingsperspectief

Verplichte onderdelen van het ontwikkelingsperspectief

  • het uitstroomprofiel;
  • de onderbouwing van het uitstroomprofiel;
  • de belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling;
  • het handelingsdeel (alleen verplicht in het regulier onderwijs en het speciaal basisonderwijs);
  • afwijking van het onderwijsprogramma (niet voor leerlingen in het speciaal basisonderwijs of in het (voortgezet) speciaal onderwijs);
  • vervangende onderwijsdoelen (alleen vastgelegd voor het (speciaal) basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs).
Evaluatie ontwikkelingsperspectief

De school evalueert ten minste één keer per schooljaar het ontwikkelingsperspectief samen met de ouders. Daarna kan het ontwikkelingsperspectief bijgesteld worden als dat nodig is. Ook over de bijstelling moet eerst met de ouders op overeenstemming gericht overleg worden gevoerd.

In het vso wordt ook de leerling betrokken bij de evaluatie van het ontwikkelingsperspectief, als deze leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is. Verder evalueren in het (v)so de commissie voor de begeleiding (cluster 3 en 4) of de commissie van onderzoek (cluster 1 en 2) ten minste één keer per jaar het ontwikkelingsperspectief, doen hiervan verslag aan het bevoegd gezag en adviseren over het bijstellen van het opp. 
Nieuwe wetgeving over ontwikkelingsperspectief

Bij de Tweede Kamer is op 11 april 2016 een wetsvoorstel ingediend over het ontwikkelingsperspectief
Het wetsvoorstel regelt het volgende:
  • met ouders moet overeenstemming worden bereikt over het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief (de individuele ondersteuning en begeleiding van de leerling) voordat dit deel kan worden vastgesteld. Dit geldt niet voor het overige deel van het ontwikkelingsperspectief. Dat kan wel vastgesteld worden nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd;
  • ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs dient het ontwikkelingsperspectief een handelingsdeel te bevatten. Dat was nog niet in de wet vastgelegd.
Met dit wetsvoorstel geeft de regering uitvoering aan motie Ypma, die door de Tweede Kamer werd aangenomen op 16 april 2013. De regering wil met het wetsvoorstel de betrokkenheid van ouders bij de vaststelling van het ontwikkelingsperspectief vergroten.

Op moment van verschijnen van deze Themabrief is het wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer. De leden van de fracties hebben vragen gesteld bij het voorstel. Via de website www.onderwijsgeschillen.nl houden wij u op de hoogte van de verdere Kamerbehandeling.

Meer over de achtergrond van het wetsvoorstel leest u in de uitgebreide pdf met bronverwijzingen.

Verdeelde meningen

Hoewel iedereen het erover eens is dat overeenstemming met ouders over het ontwikkelingsperspectief belangrijk is, verschillen de meningen verder over het wetsvoorstel. Ouderorganisaties reageerden vaak positief, omdat naar hun mening met het wetsvoorstel de positie van ouders wordt versterkt. Zij vinden het verder belangrijk om ook voor leerlingen in het (v)so het individuele handelingsdeel in hun ontwikkelingsperspectief te beschrijven.

Organisaties van schoolbesturen reageerden meestal negatief. Zij denken dat het in de praktijk moeilijk zal zijn het handelingsdeel te scheiden van de rest van het opp, waarover geen overeenstemming verplicht is. Ook wijzen zij op het risico van een impasse als ouders en school het niet eens kunnen worden over het handelingsdeel. Verder denken deze organisaties dat hiermee de administratieve lasten voor scholen toenemen.

De Raad van State adviseerde negatief over het wetsvoorstel. De Raad denkt dat het wetsvoorstel eigenlijk geen praktische betekenis heeft. De school moet vanwege haar zorgplicht toch uitvoering geven aan het handelingsdeel van het opp, ook als geen overeenstemming met de ouders bereikt is. Bovendien pleit de Raad ervoor dat de wetgeving over het ontwikkelingsperspectief niet zo snel na de invoering van dit nieuwe document alweer wordt veranderd.

Instemmingsrecht?

Het wetsvoorstel spreekt niet van een instemmingsrecht van ouders of een verplichte handtekening van ouders onder het handelingsdeel. De regering denkt dat de formulering: ‘het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief wordt vastgesteld na overeenstemming met de ouders’, een betere waarborg is voor voldoende inspraak van ouders. De school moet het overleg met ouders voortzetten zolang zij nog niet tot overeenstemming zijn gekomen over de ondersteuning en begeleiding die de leerling nodig heeft. Wanneer de school (nog) geen overeenstemming heeft bereikt met de ouders over het handelingsdeel, betekent dit niet dat de school de leerling niet meer kan of zou hoeven te begeleiden. Scholen moeten hun leerlingen in alle gevallen de nodige begeleiding bieden, aldus de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel.

Het handelingsdeel in het (v)so

In het (voortgezet) speciaal onderwijs is het handelingsdeel op dit moment nog geen verplicht onderdeel van het ontwikkelingsperspectief. Met het nu ingediende wetsvoorstel lijkt die verplichting er alsnog te komen. De Memorie van Toelichting is hier echter niet helemaal duidelijk over. Enerzijds wordt gesproken over ‘een verplichte aanvulling op het ontwikkelingsperspectief met een beschrijving van de begeleiding die de leerling ontvangt'. Anderzijds zegt de Memorie van Toelichting: “Voor het (v)so is daarbij uitgegaan van de gedachte dat voor alle leerlingen een breed basisaanbod aan ondersteuning beschikbaar is. Deze ondersteuning is veelal opgenomen in het groepsplan. Een handelingsdeel is slechts vereist als de ondersteuning en begeleiding boven dit basisaanbod uitstijgt en specifiek is toegesneden op die individuele leerling". 
 
Geschillencommissie passend onderwijs (GPO)

Als het niet lukt om overeenstemming te bereiken over het ontwikkelingsperspectief, kunnen ouders een geschil voorleggen aan de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Deze Commissie behandelt onder andere geschillen over de vast- en bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. De GPO is ondergebracht bij Onderwijsgeschillen. 

Procedure GPO

Het verzoek om een geschil in behandeling te nemen moet volgens het reglement van de Commissie uiterlijk zes weken nadat het opp bekend is gemaakt, worden ingediend. De Commissie geeft binnen 10 weken een oordeel over het geschil. De Commissie is zo samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid.

De Commissie brengt een advies uit dat niet bindend is voor het schoolbestuur. Maar het advies weegt wel zwaar. Het bestuur moet schriftelijk aan de ouders en aan de Commissie meedelen wat er met het oordeel wordt gedaan. Als het advies van de Commissie niet wordt gevolgd moet daarbij de reden worden vermeld. De Commissie is laagdrempelig. Zo kan bijvoorbeeld via internet een geschil worden ingediend, is het inschakelen van een advocaat niet vereist en zijn er geen proceskosten aan verbonden.
Adviezen GPO

De GPO heeft op het moment van verschijnen van deze Themabrief 62 uitspraken gedaan. Hiervan hebben 18 uitspraken (mede) betrekking op het ontwikkelingsperspectief. 9 geschillen over het opp speelden in het basisonderwijs, 8 geschillen in het voorgezet onderwijs, 1 geschil in het speciaal onderwijs en 1 geschil in het voortgezet speciaal onderwijs.
De Commissie toetst zowel de inhoud van het opp als het op overeenstemming gerichte overleg tussen ouders en school over de vast- of bijstelling van het opp.

Enkele lijnen in de adviezen van de GPO

  • de Commissie toetst inhoudelijk of het ontwikkelingsperspectief voldoende aansluit op de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Soms is dat volgens de Commissie wel het geval (zie bijvoorbeeld zaak 106703). In andere zaken oordeelt de Commissie dat dat niet het geval is, bijvoorbeeld 106795 of 106632, waarbij uit het opp niet blijkt welke begeleidingsmogelijkheden nog meer konden worden ingezet;
  • de Commissie toetst ook of het opp inhoudelijk voldoet aan de wettelijke eisen (107090, 106517). In deze laatste zaak voldeed het opp niet aan de wettelijke eisen, omdat onder andere een omschrijving van de begeleiding, die is afgestemd op de individuele behoeften van de leerlingen, ontbrak;
  • onder op overeenstemming gericht overleg moet volgens de Commissie worden verstaan dat met de ouders open en reëel overleg wordt gevoerd over het opp. Dat was bijvoorbeeld niet het geval in een zaak waarbij het ontwikkelingsperspectief al na één overleg zonder overeenstemming werd vastgesteld (107087). In zaak 106795 oordeelde de Commissie dat in het opp de visie van de ouders verwerkt had kunnen worden;
  • er werd wel voldoende op overeenstemming gericht overleg met de ouder gevoerd in een zaak waar de school in hoge mate en gedetailleerd tegemoet kwam aan de door de ouder gevraagde ondersteuning (106703);
  • het bevoegd gezag moet het opp formeel vaststellen (106795, 107067);
  • de aanspraak op de zorgplicht van de school brengt voor ouders de plicht mee om de school adequaat te informeren over de situatie van hun kind (107011);
  • in een zaak over een langdurig zieke leerling, die beperkt in staat is de school te bezoeken en gedeeltelijk is vrijgesteld van geregeld schoolbezoek, oordeelde de Commissie dat verder onderzoek naar aanpassing van het opp wat betreft bijvoorbeeld inkoop van materiaal voor afstandsonderwijs of de inhuur van specifieke expertise de hand lag (107031);
  • afstandsonderwijs is geen vervanging van schoolonderwijs. Uitgangspunt van het opp blijft dat de school aanspreekbaar blijft op inhoud, vorm en uitvoering van het geboden onderwijs (107031). Ook bij verwijzing naar een bovenschoolse voorziening (opdc) houdt de school de regiefunctie over het opp (107067).

U vindt hier alle adviezen van de GPO over het ontwikkelingsperspectief.

Volg Onderwijsgeschillen op Twitter en LinkedIn
Klik hier als u geen Themabrieven meer wilt ontvangen.